Categorieën
Het nut van werkgeluk

Wat de hobby van de juf met werkgeluk te maken heeft

‘Ik stop met werken in het onderwijs’, zei ze. Ik was geschokt. Zij? Die kinderen bijna kon lezen als een helderziende, die precies wist wat ieder kind nodig had om lekker in zijn vel te zitten en verder te komen met leren? En zelfs van de meest onbegrepen kinderen snapte hoe je contact maakte en ze wat kon leren? Met zoveel bevlogenheid in het onderwijs werkte?

Achteraf is het niet gek. Ze werkte drie dagen per week, maar dat kostte haar iedere week 36 uur. En dan nog klaagden ouders dat er geen foto’s van haar klas op de schoolsite stonden. Terwijl ze te weinig tijd had voor haar eigen kinderen. Ze stevende af op een burnout. De enige escape leek de poort van de school. Toch liep het goed af. Hoe? Dat verklap ik je hieronder. Maar eerst vertel ik je over wetenschappelijk onderzoek over hoe dit toch goed kon komen. En wat we daar in de praktijk – ook buiten het onderwijs – van kunnen leren.

WRR-rapport: Het betere werk

Kort geleden publiceerde de WRR het rapport ‘Het betere werk. De nieuwe maatschappelijke opdracht.’ De constateringen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid kregen flink wat media-aandacht. De WRR formuleerde drie condities voor goed werk, die passen bij de wensen vanuit de Nederlandse samenleving en de aard van de economie: grip op geld (een gepast loon met zekerheden), grip op het werk (autonomie en verbondenheid op het werk) en grip op het leven (goede balans tussen werk en privé). Mooi, want die drie condities voor goed werk zijn ook een goede bijdrage aan werkgeluk.

Werkdruk in het onderwijs

Minder aandacht kreeg de bijbehorende Working Paper ‘Werkintensivering van beroepen’. Daarin stelt de WRR dat leerkrachten in het basisonderwijs te maken hebben met intensivering van het werk. Als oorzaken wijst zij hogere kwantitatieve en kwalitatieve taakeisen aan. De toegenomen administratie kost meer tijd. Ouders zijn veeleisender geworden en daarom moeten scholen zich onderscheiden. Leerkrachten ontwikkelen daarom origineel lesmateriaal en extra activiteiten waardoor je als school aantrekkelijk blijft. Dit legt een extra druk op leerkrachten. Er is dus niet alleen meer werk, het werk is ook mentaal zwaarder geworden.

Taakeisen en energiebronnen in werk

Natuurlijk worden er in elke baan eisen gesteld aan medewerkers, dus ook in het onderwijs. Wat je kunt dragen, is per individu en per moment verschillend. Deels ligt dit aan factoren in de persoon, deels aan omstandigheden.

Om de invloeden op energie en bevlogenheid inzichtelijk te maken, ontwikkelde de Nederlandse hoogleraar Positieve Organisatiepsychologie Arnold Bakker het JD-R-model. Daarin maakt hij de positieve en negatieve invloeden van Job Demands (taakeisen) en Resources (bronnen) op bevlogenheid inzichtelijk. Aan de hand van dit model is intussen wereldwijd veel onderzoek gedaan. Over het belang van bevlogenheid verscheen op deze site eerder een artikel.

Voorwaarden voor bevlogenheid

Wat blijkt er nodig te zijn om bevlogen aan het werk te zijn? Er moet sprake zijn van uitdaging in de vorm van voldoende taakeisen. Die uitdaging moet in balans zijn met de energiebronnen zoals steun van de leidinggevende of energie krijgen uit het werk. Uit onderzoek naar dit JD-R-model blijkt dat juist de combinatie van hogere taakeisen met veel energie uit energiebronnen zorgt voor bevlogenheid bij medewerkers. En meer bevlogen medewerkers zijn uiteindelijk productiever. Fijn voor de medewerker die veel te doen heeft en fijn voor het onderwijs waar veel werk ligt.

Bevlogenheid in het onderwijs

Recent verscheen er een artikel over bevlogenheid in het onderwijs. De auteurs onderzochten de effecten van de energie die 37 leerkrachten de avond voor hun werk opdeden in hun vrije tijd en de relatie met de hoogte van de eisen van hun werk. Bestudeerd werd wat dit deed met hun bevlogenheid.

De onderzoekers constateerden dat hogere eisen aan het werk tot meer bevlogenheid leidden dan lagere taakeisen. Best opvallend, omdat we vaak denken dat mensen altijd last hebben van de hoge eisen die werk aan hen stelt. Dat blijkt dus een denkfout te zijn.

Wat dit onderzoek interessant maakt, is dat geconstateerd werd dat de combinatie van hoge taakeisen en meer energie van activiteit de avond ervoor leidt tot meer bevlogenheid dan de combinatie hoge eisen en weinig energie van de avond daarvoor. Oftewel: als de juf of meester de avond voor het werk wat leuks doet en daar energie van krijgt, werkt dat door in hoe bevlogen hij of zij voor de klas staat. Het maakt uit voor de bevlogenheid op het werk wat je in je vrije tijd doet. Zo zie je dat een leuke hobby kan leiden tot meer werkgeluk.

Deze bevinding over bevlogenheid in het onderwijs is – ondanks dat het hier een kleine studie betreft – volledig in lijn met een groot aantal andere onderzoeken naar bevlogenheid en taakeisen. Daaruit weten we al langer dat wat we als werkdruk benoemen, niet alleen te maken heeft met de hoeveelheid werk maar ook met de hoeveelheid steun en energiebronnen we ervaren.

Wat kunnen we hieruit leren?

Meer energie buiten het werk, meer energie uit het werk. Die twee kunnen samen een positieve spiraal naar meer energie en bevlogenheid vormen.

Deze les geldt niet exclusief voor het onderwijs. Ook buiten het onderwijs is het belangrijk om zowel uit het werk zelf als uit andere dingen energie te halen.

Daar kunnen de leidinggevenden en medewerkers samen een rol in spelen door te kijken naar hoe je bijvoorbeeld je sterke kanten meer kunt inzetten in je werk. Of door te kijken hoe kleine aanpassingen in het werk (jobcrafting) het werk meer energie kan geven. En ook door eens goed te kijken naar de stijl van leidinggeven: benoem je wat goed gaat, geef je complimenten en vraag je wat iemand nodig heeft als iets niet goed gaat? Dat zijn energiebronnen in het werk zelf.

En we kunnen concluderen dat we energiebronnen buiten het werk, zoals een fijn teamfeest bij een grote prestatie of een hobby, ook niet over het hoofd moeten zien.

Meer bevlogenheid in het onderwijs

Een van de auteurs van het hierboven besproken artikel is Tinka van Vuuren, onder andere hoogleraar aan de Open Universiteit. Zij publiceerde kort geleden het boek ‘Een leven lang vitaal in het onderwijs.’ Interessant als je meer wilt weten over duurzame inzetbaarheid en bevlogenheid. Je leest hier bijvoorbeeld wat de achtergronden van ziekteverzuim in het onderwijs zijn en wat zowel de medewerker als organisatie kunnen doen om duurzame inzetbaarheid te bevorderen. Want de hobby van de juf is natuurlijk lang niet de enige manier om leerkrachten vitaal en energiek te houden.

Confetti in de klas

De eerder uitgestapte juf werkt weer met bevlogenheid in het onderwijs, trouwens. Op een school waar de balans tussen werk en privé beter is. Daar werkt zij nu juist met een groep kinderen die eerder meer dan minder aandacht vragen: eerder meer dan minder uitdaging dus. Die aandacht kan zij hen geven. Er is zelfs af en toe tijd voor een klein confettifeest midden in de klas. Zo krijgt zij meer energie uit het werk. En ze houdt meer tijd over voor haar privé-leven. Zodat ze ook weer gewoon de moeder van haar kinderen kan zijn, eens een kopje thee kan drinken met een vriendin en tijd heeft voor haar hobby’s. Wat een geluk dat zij niet voor het onderwijs verloren is gegaan.

Meer inspiratie over werkgeluk?

Volg dan de updates van Netwerk Werkgeluk: