Categorieën
Nieuws over werkgeluk

Moe? Waarom niksen meestal niet helpt

Een gok: je bent moe. Het was een heftig half jaar. Wat kunnen we hiervan leren over werkgeluk en hoe dat met ons als ‘hele’ mensen samenhangt?

Alles was anders

Ineens was alles anders. Wie kon, moest thuiswerken. Ook voor liefhebbers van thuiswerken viel dat soms niet mee: een kind viel zich een blauwe plek tijdens je Zoomsollicitatie, je partner zat de hele dag in de woonkamer te Teamen op je vrije dag en misschien worstelden de kinderen en jij met de combinatie van thuisschool en werk.

Voor wie niet thuis kon werken of toch de deur uit moest voor een boodschap, voelde dat nogal eens alsof je je leven waagde. Er was plotsklaps een onzichtbare vijand. En grote afstand tot de mensen die we liefhebben. Een vijand en ontregeling kosten energie, de afwezigen konden geen energie geven.

Voor mij gold dat ik de eerste keer megagestressed boodschappen haalde bij een vertrouwde supermarkt. Om tot de ontdekking te komen dat de gangpaden te smal waren om 1,5 meter afstand te houden. Schichtige mensen. Rare ontwijkdansjes. Is die kar wel schoon? Snel weer naar buiten met wat ik gevonden had. Geschrokken huilde ik in de auto op weg naar huis. Om me te realiseren dat ik de tranen niet uit mijn ogen durfde te wrijven want was dat wel veilig nog als ik net de boodschappenkar had vastgehouden?

Anders kost veel energie

Als je de hele dag moet nadenken over waar je moet lopen, wat je aan kunt raken en hoe je je moet bewegen, kost dat bakken extra energie. Aandacht voor steeds weer slecht nieuws kost energie. Nieuwe manieren van werken kosten energie. En dat asynchrone in videovergaderingen waardoor je steeds net te laat ziet hoe iemand reageert, kost ook energie. Energie die niet aangevuld wordt door te doen wat energie geeft: de contacten met mensen om je heen, een voldaan gevoel over wat je oplevert, zelf keuzes kunnen maken. En plezier in wat je doet.

Vitaal beroep of bullshitbaan?

Werk voelde voor sommigen misschien ineens extra nuttig, als je een vitaal beroep bleek te hebben. Of kennelijk nutteloos, als je gedwongen thuiszat en niet naar je werk mocht in deze storm. Nog gekker: je vond altijd dat je heel belangrijk en betekenisvol werk deed, maar stond niet in de lijst van vitale beroepen. Is jouw werk wel van grote betekenis, eigenlijk?

Dus waarom zijn we nou zo moe?

Eigenlijk is het heel logisch. Je zou het kunnen zien als dat iedereen normaal een emmer energie in voorraad heeft. Als je doet wat energie geeft, vult die zich. Wat uit de emmer halen om te doen wat energie kost, gaat best een tijdje goed. De bodem is niet meteen in zicht. En misschien hebben we nog wel ergens een reserve-emmertje staan omdat we wat mogen lenen van iemand die ons liefheeft, waar we bevriend mee zijn of die ons gewoon mag. Moral support, noemen we die emmer maar even.

Uit balans

Meestal is wat er in de emmer komt en wat eruit gaat, wel zo ongeveer in balans. Dan gaat het goed met je. Als het heel goed met je gaat, stroomt je emmer over en heb je meer dan genoeg om uit te delen.

Nu ging er in rap tempo energie uit de emmer: angst en zorgen kosten energie, ontregeling kost energie, nieuwe gewoonten ontwikkelen kost energie.

Alles kostte meer energie en het voelde vaak alsof je minder gedaan kreeg. Zie het maar als starten in een nieuwe baan, maar dan in een ontregelde wereld en zonder inwerktraject. En dan niet alleen dat gevoel op je werk, maar ook thuis, waar je normaal op adem kunt komen. We werden er hard mee geconfronteerd dat we allemaal mensen zijn en dat werk en privé misschien wel sterker samenhangen dan we soms voor het gemak denken: we zijn één mens met één energievoorraad.

Wat ons energie geeft in werk en daarbuiten, was ineens minder beschikbaar: je verbonden voelen met mensen, autonomie of zelf keuzes kunnen maken, je competent voelen omdat je resultaat van je handelen ziet. Plezier in het werk was er voor veel mensen ook minder: plezier maken we immers vaak samen. En was je werk nog wel zinvol? Voor de groep met vitale beroepen gold vaak ook ineens een enorme werkdruk en moeten presteren onder hele moeilijke omstandigheden.

Emmer vullen

Zo liep de emmer voor veel mensen in rap tempo leeg. Nu het vakantietijd is, nemen we de tijd om te herstellen. Geen slecht plan, maar hoe doe je dat?

Wat ons geluk en energie brengt in werk en leven verschilt eigenlijk niet zo sterk van elkaar, al is de context soms anders.

Niksen kan best zijn waar je nu behoefte aan hebt. En waar de mensen om je heen behoefte aan hebben. Toch is het goed om je bewust te zijn van waar jij jouw emmer weer het liefst mee vult. Met het maken van mooie herinneringen met de mensen waar je om geeft? Met het ontdekken van nieuwe plekken met een flinke wandeling, zodat je je spieren weer even goed voelt en je hoofd leegmaakt? Of met lezen over werkgeluk, zoals voor mij prima werkt? Want niksen kost misschien weinig energie, je krijgt er uiteindelijk ook geen energie van.

Het kan je helpen om iets te doen waardoor je je competent voelt, verbonden of waarmee je je gevoel van autonomie en keuzevrijheid weer terugkrijgt. Of om bij te dragen aan iets wat jij belangrijk vindt of waar je gewoon plezier in hebt of van geniet. Het mag iets kleins zijn. Als je er maar een positief gevoel bij hebt.

Simpel eigenlijk. Alles wat jouw emmer vult, werkt. Alles wat je emmer leegzuigt, niet.

Geniet, en drink met mate

Wie aan werkgeluk voor anderen wil werken, moet ook zijn eigen emmer gevuld houden. En wie van uitdelen houdt, heeft een emmer nodig die overstroomt.

Geniet van deze zomer, vul je emmer aan en help anderen hun emmer te vullen. En drink het water uit je emmer met mate 😉

Meer lezen over werkgeluk?

Netwerk Werkgeluk deelt regelmatig kennis en praktijkverhalen over werkgeluk. Wil je vaker artikelen over werkgeluk lezen een op de hoogte blijven van activiteiten van Netwerk Werkgeluk? Meld je dan aan voor de updates: